In het kader van het pensioen spreekt men vaak over 4 pijlers. Ze zijn alle 4 even belangrijk om de pensioenval op te vangen. - Pijler 1: Het wettelijk pensioen
Dit is het pensioen dat u ontvangt van de overheid. Het wordt gefinancierd via de sociale zekerheidsbijdragen. We onderscheiden 3 pensioenen:- Het rustpensioen: wordt u toegekend zodra u de wettelijke pensioenleeftijd bereikt
- Het overlevingspensioen: wordt toegekend aan de overleden echtgenoot van een overleden werknemer of gepensioneerde
- Pensioen in geval van scheiding: wordt toegekend aan de gescheiden echtgenoot (feitelijk scheiding en echtscheiding).
- Pijler 2: Het aanvullend pensioen
Dit is het pensioen dat u eventueel wordt toegekend via uw werkgever. Ofwel via een collectief pensioenstelsel op het niveau van de sector ofwel op het niveau van de onderneming zelf, bijvoorbeeld via een groepsverzekering. - Pijler 3: Het individueel aanvullend pensioen
Dit is het pensioenkapitaal dat u opbouwt op basis van uw stortingen lange-termijnsparen en/of pensioensparen. Het wordt fiscaal aangemoedigd door de overheid door de toekenning van belastingvoordelen. - Pijler 4: Het vrij sparen
Ook uw andere spaarinspanningen kan u vanzelfsprekend mee betrekken in uw pensioenopbouw. U kan immers een jaarlijks inkomen halen uit uw spaarsommen en beleggingen op het ogenblik dat u op pensioen gaat. Ook de aankoop van een onroerend goed kan u in de meeste gevallen beschouwen als een pensioenvoorziening in de 4de pijler.
|